Brussel-Stad

Het Egmontpark ligt in het midden van het historische Brussel, tussen de Wolstraat, de Waterloolaan en de Grote Hertstraat, en is het enige openbare park van de Vijfhoek dat op een binnenterrein van een huizenblok gelegen is. Dit gegeven maakt dat er in het park een haast irreële rust heerst en dat het park zelf een onzegbare charme uitstraalt.

De naam van het park dateert van de 16de eeuw, toen het deel uitmaakte van het domein van graaf Jean van Egmont en prinses Françoise van Luxemburg. Het publieke deel van het park, dat vandaag nog steeds eigendom is van de Stad Brussel, werd in 2001 gerenoveerd.

Dit Engelse landschapspark wordt gekenmerkt door grote grasvelden, omzoomd met majestueuze bomen. De onregelmatige wegen in dolomiet zorgen voor de diverse lijnen en vergezichten.

Openingsuren

Het Egmontpark is alle dagen geopend van 8u00 tot 20u00.

Elke dag zijn er tijdens de openingsuren parkwachters in het park aanwezig.

Contact

Met een vraag of een probleem kunt u tijdens de openingsuren altijd terecht bij de parkwachters en de tuinmannen van het park.
In noodgevallen: Dienst Groene Ruimten van de Stad Brussel: 02/279 60 00.
Politie van de Stad Brussel: 02/279 79 79.

Uitrusting

Verlichting, banken, vuilnisbakken. Honden moeten er aan de leiband gehouden worden.

Er geraken

Het Egmontpark is gelegen op een binnenterrein van een huizenblok en is toegankelijk via de Waterloolaan, de Wolstraat en de Grote Hertstraat.

 

Openbaar vervoer
BUS: 206, 208, 209, 210, 211 (halte(s) : Kleine Zavel, Louiza) - 204, 205, 212, 27, 95 (halte(s) : Kleine Zavel) - 33 (halte(s) : Kleine Zavel, Louiza, Poelaert)
TRAM: 92, 93 (halte(s) : Kleine Zavel, Louiza, Poelaert) - 8, 97 (halte(s) : Louiza)

Vooraleer het Egmontdomein in de eerste helft van de 16de eeuw tot stand komt, is de plek een grote vlakte, waar tussen enkele schaarse huizen en talrijke groentetuinen kleine wegen slingeren, die naar de vestingwerken van de stad leiden.

In 1532 vestigt Françoise van Luxemburg, prinses van Gavere en weduwe van de graaf Jean van Egmont, zich in Brussel in een huis in de buurt van de Wolstraat. Aan dit kleine ‘Egmontpaleis’ voegt ze in 1547 andere terreinen en bijgebouwen toe, waarop ze een groter paleis laat optrekken.

Op dit grondgebied, dat tot aan de omwalling van de stad reikt, worden er vervolgens tuinen in Renaissancestijl met twee niveaus en een grote groentetuin aangelegd.
Nadat beide paleizen in de daaropvolgende eeuw door hun eigenaars, die liever in andere eigendommen van hun familie vertoeven, ietwat verwaarloosd worden, worden ze aan verschillende adellijke families verhuurd.

Ook aan de Hertogen van Arenberg die beide eigendommen in 1738 en 1752 uiteindelijk zullen kopen. Daarna krijgen zowel de gebouwen als de tuinen een grondige opknapbeurt. Dit alles onder leiding van de Italiaanse architect Servandoni die, hoewel hij een deel van het ‘Grote Paleis’ door een vleugel in klassieke stijl vervangt, voor de tuinen toch voor het Franse classicisme opteert, dat op dat ogenblik in de mode is.

In de loop van de eerste jaren van het jonge België wordt het domein vervolgens opnieuw grondig aangepakt. Naar de plannen van architect Tilman-François Suys zullen daarbij de linkervleugel van de ‘Cour d’Honneur’, de manege en de stallen achteraan op het terrein (de gebouwen langs de huidige ‘Passage de Milan’, waar het ‘Institut Supérieur pour le Langage des Arts Plastiques’ of kortweg ISELP gevestigd is) toegevoegd worden. Verder zal deze architect de verschillende delen van de tuin ook opnieuw laten nivelleren en de stijl van de zichtbare gevels van de tuin uit esthetische overwegingen laten uniformeren.

Edmond Galoppin, aan wie we het Josaphatpark te danken hebben, is de derde bekende architect die zijn stempel op de fysionomie van het park van het Egmontpaleis zal drukken. Zijn tussenkomst, die vandaag nog steeds zichtbaar is, dateert van 1901-1902. Zo schrapt hij op verzoek van de Hertog van Arenberg de groentetuin en verandert hij de Franse tuin in een Engelse landschapstuin. Om de bouw van de herenhuizen van de Wolstraat van 1902 tot 1906 mogelijk te maken, wordt het lager gelegen deel van de oude klassieke tuin opgeofferd.

In 1918 wordt de Stad Brussel vervolgens eigenaar van de plaats en stelt de tuin open voor het publiek. In 1964 neemt de Belgische Staat het Egmontpaleis (dat op dat ogenblik in erg slechte staat verkeert) en een deel van het park van de stad over om er, na de nodige renovatiewerken, het Ministerie van Buitenlandse Zaken in onder te brengen.

Nadat het in 1972 als landschap geklasseerd wordt, ondergaat het openbare deel van het park, dat vandaag nog steeds eigendom is van de Stad Brussel, in 2001 ten slotte nog een laatste renovatie op initiatief van de vzw Quartier des Arts.
 

Monumenten

Het Egmontpaleis
Het Egmontpaleis is vandaag een plaats waar de recepties en conferenties van de Belgische diplomatie georganiseerd worden en heeft zijn naam te danken aan de aristocratische familie die in de loop van de 16de eeuw het domein samenstelde. Het werd herhaaldelijk onder handen genomen (zelfs nog in de 20ste eeuw om het aan zijn nieuwe functies aan te passen) en getuigt met zijn architectuur in een overwegend neoklassieke stijl van zijn imposant verleden. Het interieur is luxueus ingericht, de plafonds van de salons zijn rijkelijk gestukadoord en de muren zijn vaak voorzien van lambriseerwerk. De vele wandtapijten, marmeren decors, beschilderde panelen, de monumentale trap, de spiegelgalerij, … vergroten het prestige van het geheel nog.

De Passage Marguerite Yourcenar (1999)
De toegang tussen de Wolstraat en het Egmontpark werd aan het einde van de jaren ’90 opnieuw opengesteld voor het grote publiek in het kader van de ‘Stadswandelingen’, een groots opgezet project rond de inrichting van de Brusselse openbare ruimte en bestaande uit verschillende trajecten met het oog op zowel een verbetering van de voetgangersruimte, als het imago van de stad. De inrichting van de Passage Marguerite Yourcenar, die een vijftigtal meter lang is, werd daarbij aan het architectenbureau AVA toevertrouwd. Bij de inrichting van deze doorgang was de hoofdgedachte het meevoeren van de bezoeker aan de hand van in steen gegraveerde citaten uit ‘L’oeuvre au noir’, één van de meest bekende romans van Marguerite Yourcenar, van het trottoir van de Wolstraat, via het 'labyrint' naar een vierkante binnenplaats, gevolgd door een aantal trappen, een rond plein en een fontein en ten slotte het park.

De Oranjerie
De Oranjerie is gelegen op het punt, waar de verschillende assen van het park samenkomen en werd onlangs nog gerestaureerd. Sindsdien is er een restaurant en een banketzaal in ondergebracht. Dit rechthoekige gebouw werd tussen 1831 en 1834 in een neoklassieke stijl opgetrokken op basis van plannen van de hand van architect Tilman-Joseph Suys. De voorgevel van het gebouw is volledig zuidelijk gericht en wordt door zes grote vensteropeningen opgesplitst, die voor voldoende lichtinval in deze wintertuin zorgen.

De exedra
De exedra van het Egmontpark bestaat uit een halfronde stenen bank met zuilen. Het is geen oorspronkelijk element van het park, maar werd iets voor de Tweede Wereldoorlog in de buurt van de doorgang van de Grote Hertstraat opgetrokken, waarbij zuilen afkomstig van de afbraak van het Kleine Egmontpaleis hergebruikt werden. Op die manier kon het park voorzien worden van een valse ruïne, een erg populair decoratief element van de Engelse tuinen van vroeger.

‘t Groote Pollepel
Dit kleine bouwwerk dat van de middeleeuwen dateert, werd tussen 1954 en 1957 steen voor steen in het Egmontpark heropgebouwd, toen de bouwwerken van het ronde plein van de Ravensteingalerij begonnen, waar het zich sinds de 15de eeuw bevond. Als waterput en reservoir speelde het een belangrijke rol in de waterbevoorrading van de Vijfhoek.

De ijskelder
De steunmuren in breuksteen en het met aarde bedekte gewelf van de ijskelder werden onlangs gerestaureerd. Dit half begraven bouwwerk (opdat het er in elk seizoen relatief fris zou zijn) werd vroeger gevuld met ijsblokken die men in de winter op de Brusselse watervlakken ging halen om voedingsmiddelen koel te kunnen bewaren.
 

Beeldhouwwerken

Prins Charles-Joseph de Ligne (1935)
Dit bronzen beeldhouwwerk van John Cluysenaar (1899-1986) werd in 1935 in het park geplaatst naar aanleiding van de 200ste verjaardag van de geboorte van de Prins de Ligne. Het is in zekere zin een soort van thuiskomst, aangezien deze grote aristocraat, die vooral in Beloeil en in Oostenrijk leefde, in Brussel geboren was en het Egmontpaleis aan de d’Arenbergs had toebehoord, een dynastie waaruit de de Lignes voortkwamen. Afgezien van zijn militaire en diplomatieke functies, was de prins overigens ook een groot liefhebber van tuinbouw en Engelse tuinen.

Peter Pan (1924)
Dit bronzen beeld dat Peter Pan uitbeeldt, is een kopie van ‘Het jongetje dat niet groot wilde worden’, het beroemde beeld van Sir Georges Frampton (1860-1928) dat hij op verzoek van Sir James Barrie, de vader van Peter Pan, voor de tuinen van Kensington in Londen maakte. Op de sokkel van het beeld zijn feeën, eekhoorns, konijnen, een kikker en twee sleutelpersonages uit het verhaal afgebeeld: Wendy en Tinkelbel. Getroffen door de beproevingen en het leed dat België in de loop van de Eerste Wereldoorlog te verduren kreeg, besliste Sir Frampton om deze kopie van zijn beroemde standbeeld aan de Stad Brussel te schenken. Vandaar de inscriptie: ‘Vriendschapsband tussen de kinderen van Groot-Brittannië en de kinderen van België’.

 

Langs de grasvelden of er her en der over verspreid om ze te verlevendigen, treffen we zowel oude bomen, als nieuwe aanplantingen aan. Voorbeelden hiervan zijn, in de buurt van de ‘Passage Marguerite Yourcenar’, een boommagnolia (Magnolia accuminata) en Perzische slaapbomen (Albizia julibrissin) met rode bloemen.

In zijn inventaris van opmerkelijke bomen heeft het Brussels Gewest trouwens een dertigtal bomen uit het Egmontpark opgenomen; vele van deze bomen zijn dan ook meer dan honderd jaar oud, zoals de oude iepen (Taxus baccata) rond de inzamelplaats voor afval of de twee turnereiken (Quercus x turneri). Eén van de twee werd zelfs opgenomen op de lijst van de ‘kampioenbomen’ die door de vzw Belgische Dendrologie Belgique opgesteld wordt.

Wat de verschillende andere beplantingen betreft, werden bij de restauratie van het park clematissen, Boheemse olijfbomen, kornoeljes, hortensia’s, kardinaalsmutsen en syringa’s gebruikt. Als bodembedekkers opteerden de tuinarchitecten dan weer voor kamperfoelie, klimop en maagdenpalm.
Fauna
staartmees
groenling
sijs
boomblauwtje
boomkruiper
houtduif
zwarte kraai
grote bonte specht
roodborst
slechtvalk
sperwer
vink
gaai
boerenzwaluw
dagpauwoog
zilvermeeuw
grote gele kwikstaart
wilde eend
koolmees
aalscholver
zwarte roodstaart
tjiftjaf
fitis
ekster
groene specht
groot koolwitje
klein koolwitje
icarusblauwtje
heggenmus
halsbandparkiet
vuurgoudhaan
goudhaan
boomklever
spreeuw
zwartkop
winterkoning
koperwiek
merel
zanglijster
atalanta
distelvlinder
blauwe reiger
canadese gans
buizerd
Flora
groot heksenkruid