Sint-Joost-ten-Node
Altijd toegankelijk
Toegang voor personen met een beperkte mobiliteit

Vandaag is de Kruidtuin een stadspark dat geklemd zit in het verkeersweb van de Brusselse Noordwijk. Van de oorspronkelijke bestemming als botanische tuin blijft alleen de mengeling van stijlen over (Frans, Italiaans en Engels) en de grote variëteit van bomen en planten.

Het zich over 6 ha uitstrekkende en in terrasvorm aangelegde park werd officieel geopend in 1829. Het hoogste terras, aan de voet van de oranjerie, is geometrisch van vorm, zoals de klassieke Franse tuinen.

De tussenverdieping is in Italiaanse stijl en omvat een stervormig rozenperk en een irissentuin waar van april tot juni een veertigtal irisvariëteiten in bloei staan – de iris is het symbool van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het laagste gedeelte helt zachtjes af naar de vijver, met kronkelige wandelpaden. In de grasperken staan overal bomen rond rustplekken.

Openingsuren

Het park is elke dag open voor het publiek, volgens dit schema::

  • van 01 oktober tot 31 maart, van 08u30 tot 17u15;
  • van 01 tot 30 april, van 08u30 tot 18u15;
  • van 01 mei tot 31 augustus, van 08u30 tot 20u15;
  • van 01 tot 30 september, van 08u30 tot 19u15;

Parkwachters van Leefmilieu Brussel zijn overdag regelmatig aanwezig.

Contact

Hebt u een vraag? Wilt u een probleem signaleren? Spreek dan een van de parkwachters aan.

In geval van nood, politie: 02 249 22 11.

Leefmilieu Brussel: 02 775 75 75, info@leefmilieu.brussels

Er geraken 

Het park ligt in Sint-Joost-Ten-Node langs de gelijknamige laan. De Kruidtuin heeft ingangen aan de Koningsstraat, Sint-Lazaruslaan, Ginestestraat en Kruidtuinlaan.

Openbaar vervoer
BUS: 204 (halte(s) : Gillon, Kruidtuin) - 65, 66 (halte(s) : Dwarsstraat) - 61 (halte(s) : Dwarsstraat, Kruidtuin, Rogier, Saint-Louis) - 58 (halte(s) : Rogier) - 218 (halte(s) : Saint-Louis)
METRO: 2, 6 (halte(s) : Kruidtuin, Rogier)
TRAM: 25, 3, 32, 4, 55 (halte(s) : Rogier) - 92, 93 (halte(s) : Gillon, Kruidtuin)

Het park is omheind. Er zijn zitbanken en vuilnisbakken. Het park heeft een speeltuin voor de kleinsten en een multisportterrein (voetbal- en basketbaldoelen, en lijnmarkeringen op de grond voor tennis en volleybal) aan de Kruidtuinlaan. Deze infrastructuur ligt buiten de omheining en is ook toegankelijk buiten de openingsuren van het park.

Toegang voor personen met een beperkte mobiliteit

De eerste botanische tuin in Brussel lag in de Ruisbroekstraat, in de tuin van het vroegere paleis van Karel van Lotharingen, waar toen een middelbare school was gevestigd.

In 1826 bedreigden de uitbreiding van de Koninklijke Bibliotheek en een aantal stadsvernieuwingsprojecten, zoals de afbraak van de stadswallen, het voortbestaan ervan. In een poging om er zoveel mogelijk van te redden, besliste de amateursvereniging ‘De Koninklijke Maatschappij van kruid-, bloem- en boomkwerkerijen de Nederlanden’ om de aanleg van een nieuw botanische tuin te financieren aan de rand van de stad, in Sint-Joost-Ten-Node. De 6,37 hectare van het terrein werden ingericht in terrasvorm volgens de plannen van tuinarchitect Charles-Henri Petersen, en later gereorganiseerd op aanwijzingen van een van de stichters van de Tuinbouwvereniging, Jean-Baptiste Meeus-Wouters. De officiële opening had plaats in september 1829.

Ondanks een jaarlijkse regeringstoelage vanaf 1837, stapelden de financiële problemen van de tuinbeheerders zich op. Om daaraan te verhelpen verkochten ze een deel van het terrein voor de bouw van het Noordstation en begonnen ze ook met de verkoop van planten. Daardoor kwamen de oorspronkelijke didactische en wetenschappelijke doelstellingen in gevaar.

Daarom besliste de Belgische Staat in 1870 om de tuin aan te kopen, het panorama te beschermen en zowel de wetenschappelijke doelstelling als het statuut van openbaar wandelpark veilig te stellen. Het werden gouden tijden voor de tuin die steeds rijker werd. Elk terras kreeg een specifieke stijl: bovenaan werd het Franse stijl, in het midden Italiaanse, en onderaan Engelse. Uit die periode dateren ook de beeldhouwwerken, versieringen, rotspartijen, serre, enz.

Nieuwe stedenbouwkundige projecten, zoals de Noord-Zuidverbinding en vooral de beperkte ruimte om al de collecties die in de loop der jaren werden samengebracht, een plaats te geven, maakten het behoud van de Kruidtuin in Brussel onmogelijk. In 1939 verhuisde hij naar Meise.

De uitstraling van de Kruidtuin is niet meer wat ze ooit was. In het begin kwamen er nog nieuwe collecties om de, in de Tweede Wereldoorlog, opgelopen schade te herstellen, maar daarna verkleinde het terrein nog verder voor de aanleg van de Kleine Ring, de Sint-Lazaruslaan (die de tuin in tweeën snijdt) en de verbreding van de Ginestestraat.

Voor de Wereldtentoonstelling in 1958 legde de Brusselse landschapsarchitect René Péchère de tuin opnieuw aan. Het was zijn bedoeling om de grote lijnen van de vroegere structuur en de merkwaardige bomen te behouden en die harmonisch te verweven met de nieuwe architectuur van de gebouwen in de omgeving. Hij legde ook de basis voor de nieuwe functie als openbare stadstuin.

Ondanks deze ingrepen en de klassering van het terrein vond de Kruidtuin nooit zijn vroegere luister terug. De verstedelijking van de wijk, de komst van de metro, de bouw van de administratieve wijk en vandalisme hebben geleidelijk aan het ecosysteem van de tuin verstoord.

Sinds 1991 is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verantwoordelijk voor het beheer van de Kruidtuin. Vanaf dan begon een stapsgewijze restauratie.

Monumenten

De oranjerie werd tussen 1826 en 1829 gebouwd naar ontwerpen van Pierre-François Gineste. Zijn plannen inspireerden zich op de ambitieuzere projecten van Tilman-François Suys. Ze ligt helemaal bovenaan in de tuin en gebruikt de helling van het terrein voor de oriëntatie van de serres op het zuiden. Het gebouwencomplex omvatte serres, administratieve kantoren en wetenschapsruimten. Opmerkelijk aan het gebouw is ongetwijfeld de centrale rotonde met koepeldak.

Tussen 1842 en 1854 werd de oranjerie in verschillende fasen vergroot (bouw van een portaal aan de Koningsstraat, een feestzaal, enz.). In 1978 erft het ministerie voor de Franse Gemeenschap dit verlaten gebouw en dat beslist om er een cultureel centrum in te richten.

Atelier 20 mag de renovatiewerken uitvoeren en de culturele activiteiten van de “Botanique” starten in januari 1984.

Beeldhouwwerken

52 beeldhouwwerken in brons versierden de Kruidtuin aan het einde van de negentiende eeuw. Minister van Binnenlandse Zaken Jules de Brulet bestelde ze in 1893 bij de beeldhouwers Constantijn Meunier en Charles Vander Stappen. Het was zijn bedoeling om de stad te verfraaien en het werk van kunstenaars officieel aan te moedigen.

Die creëerden in hun verbeelding fonteinen, kandelaberzuilen en beeldhouwwerken, geïnspireerd door onderwerpen uit de wereld van plant en dier, of met verwijzingen naar de seizoenen. Ze maakten maquettes van hun ontwerpen en vertrouwden de uitwerking toe aan bekende artiesten uit die periode: Victor De Haen, Léon Mignon, Jules Lagae, Alphonse de Tombay, Pierre Braecke, Emile Namur, Pierre-François Rude, enz.

Dertig van deze 52 beeldhouwwerken staan nog altijd in de tuin (de andere verhuisden naar Meise of verdwenen gewoon). We vermelden: de Vier generaties, de Zomer of de Zaaier, de Slang en de Kaaiman, de Olijfboom of de Vrede, Twee nimfen bij een bron, de Goudsbloem, de Klimop, de Panter, …

Recenter is het enige stenen beeldhouwwerk in de tuin: ‘Meisje gered door het water’. Het staat in het midden van de waterpartij in de irissentuin.

Het is onmogelijk om hier een opsomming te geven van al de planten en bomen die een bezoek aan de Kruidtuin de moeite waard maken. Er zijn er gewoon te veel. Er zijn exotische en dus zeldzame soorten, maar de tuin is vooral een ommetje waard voor zijn grote botanische variëteit. En daar is reden voor: het was tenslotte vroeger een botanische tuin en hij wordt nog steeds vanuit die visie beheerd.

Fauna
staartmees
groenling
boomblauwtje
boomkruiper
bruine sprinkhaan, tandradje
houtduif
kleine vos
zwarte kraai
grote bonte specht
roodborst
slechtvalk
sperwer
vink
meerkoet
waterhoen
gaai
citroenvlinder
dagpauwoog
lantaarntje
nijlgans
kokmeeuw
grote gele kwikstaart
bont zandoogje
wilde eend
koolmees
huismus
zwarte roodstaart
tjiftjaf
fitis
ekster
groot koolwitje
klein geaderd witje
klein koolwitje
heggenmus
halsbandparkiet
vuurjuffer
bruine kikker
vuurgoudhaan
goudhaan
boomklever
turkse tortel
spreeuw
zwartkop
grasmus
braamsluiper
winterkoning
koperwiek
merel
zanglijster
distelvlinder
bosrietzanger
blauwe reiger
kleine karekiet
gewone pad
buizerd
Flora
bijvoet
reuzenberenklauw
groot heksenkruid
akkerdistel
spaanse aak
duizendblad
noorse esdoorn
gewone esdoorn
koninginnenkruid
adelaarsvaren
es
gevlekte aronskelk
gewone berenklauw
hulst
taxus
gele lis
witte dovenetel
paarse dovenetel
hondsdraf
hopklaver
herik
madeliefje
zevenblad
kruipende boterbloem
japanse duizendknoop
grote kattenstaart
schietwilg
boswilg
klein kruiskruid
look-zonder-look
tijmereprijs